ME, Rozendaal, 9 april 1998


In drie seconden loop ik de trap op om vervolgens in één seconde weer beneden te staan. Ik had niet kunnen bedenken dat ik met mijn 31 jaar verrukt zou zijn over zoiets simpels als traplopen. Een simpele handeling die voor mij de afgelopen drie jaar voelde als ware ik een bergbeklimmer die de Himalaya besteeg. Uitgeput moest ik na twee treden even tot rust komen om vervolgens met heel mijn wil mijn futloze lichaam weer twee treden vooruit te dwingen. Medepassagiers, meestal de vijftigplussers, op deze klim keken mij smalend aan om vervolgens een opmerking te plaatsen als: Zo’n jonge meid, kom op, niet zo aanstellen.
Hoe vaak heb ik wel niet mijn tranen van onmacht moeten wegdrukken om met een flauwe glimlach uit te leggen waarom deze jonge meid het wrede omhulsel was van een oude uitgebluste vrouw. Hoe leg je uit dat je jonge geest zich vaak opgesloten voelt in een lichaam wat een vreemde voor je is geworden. Hoe leg je uit dat de wil er wel is, maar dat je je leven aan je voorbij moet laten trekken. Vechtend tegen je gefrustreerde depressieve gevoelens om maar het hoofd boven water te houden.
Niemand die je kan vertellen hoe je leert zwemmen in de poel die ME heet.

Februari 1995.

Op een dag werd ik ‘s morgens wakker met een zwaar vermoeid gevoel in mijn lichaam wat daarna nooit meer van mijn zijde is geweken. De huisarts zei dat het stress was, waarop ik antwoordde: “Ik ben nog nooit zo gelukkig geweest. Een lieve man, een leuk kind, een stralende toekomst in het verschiet.” Misschien gaf dat wel de nodige spanningen, was het wetenschappelijke antwoord. Na een half jaar sukkelen wilde ik een second opinion en kwam terecht bij de conclusie dat ik misschien wel depressief was. Mijn antwoord was: “Ik word depressief van het feit dat de heren en dames medici mij niet serieus nemen. Maar het is niet de oorzaak.” Probeert u deze antidepressiva, was het tweede wetenschappelijke antwoord. Na nog maar amper een week stopte ik hiermee, omdat ik mijn bewustzijn naast mijn lichaam voelde staan. Uiteindelijk werd ik doorgestuurd naar een internist die mij helemaal overhoop haalde met allerlei indrukwekkende apparaten. Zijn conclusie was: Mevrouw u bent kerngezond, u heeft ME dus raad ik u aan om te stoppen met zoeken naar een duidelijke oorzaak, want de medische wetenschap heeft die nog niet. Gaat heen en accepteer het maar.

April 1996.

Het woord was gevallen. Het doek van het eerste bedrijf viel, opdat ik mij kon gaan terugtrekken en me bezinnen over mijn volgende optreden. Ik stortte mij met het beetje energie dat ik nog had op de zoektocht naar het wat en hoe van ME, om vervolgens te ontdekken dat niemand het antwoord op deze ziekte wist. Aan de ene kant opgelucht, want het was niet dodelijk. Aan de andere kant teleurgesteld, want er was geen pil voor om je even te genezen. Maar stilzitten en berusten ligt niet in mijn aard, dus kwam ik terecht bij een natuurgeneeskundige arts. Zij hielp mij bij het verwerken van alle nog onverwerkte emoties, want ik had nu na al die drukke jaren eindelijk weer de tijd. Noodgedwongen.

November 1997.

Een jaar van hard werken aan de mentale en emotionele kanten van mijn leven, Het dieet zonder gist, suiker, witmeel, champignons en ik weet niet wat nog meer, had niet het nodige effect op de langere termijn. Voedingssuplementen, bloesemtherapie, orthomoleculaire therapie, lichttherapie, ozontherapie, homeopathie…. Als je als ziek mens op zoek gaat dan zie je vaak door de bomen het bos niet meer. Uiteindelijk besloot Ik om mij niet langer mee te laten slepen in allerlei goedbedoelde en soms erg succesvolle (voor anderen) therapieën. De angst voor teleurstelling was na bijna drie jaar te groot, omdat ik merkte dat mijn lichaam steeds verder afzakte in het zwarte gat ME. Vrienden en kennissen kwamen met adresjes en vriendelijk doch beslist zei ik dat ik niet mijn energie wilde steken in de zoektocht naar de ultieme geneesheer. Ik had ME zoals dat heet geaccepteerd en geïntegreerd als een deel van mijn leven.

Januari 1998

Toen ik met mijn zus, want het was onverantwoord om alleen te gaan, boodschappen ging doen, gebeurde het volgende. Mijn zus parkeerde de auto op een invaliden- plek vlak bij de ingang, omdat ik zo moeilijk kon lopen. Een echtpaar van in de zestig liep onze kant op. “Zeg daar mag je niet parkeren. Dat is voor invaliden bedoeld!” Ik sjokte voort met de schouders nog verder omlaaggezakt, terwijl mijn zus kookte van woede en hen toesnauwde om wat beter uit hun ogen te kijken. Een jong lichaam kan blijkbaar geen gebreken hebben?
De spreekwoordelijke druppel bleek achteraf, want ik pakte thuis het verfomfaaide papiertje van ene meneer Valk uit mijn portemonnee dat al sinds oktober 1997 geduldig op mij lag te wachten. De amateuristisch opgezette videoband van vier van zijn ex- patiënten bekeek ik in eerste instantie wat skeptisch. Totdat de laatste patiënte, een ME-ster, haar verhaal deed. Het vuur van de hoop, die ik zo goed had proberen te ontkennen, laaide weer op. Deze vrouw vertelde dat ze na ongeveer 15 behandelingen weer na 13 jaar ME als een redelijk ‘normaal’ mens functioneerde.
Een leven als ‘normaal’ mens .... zou dat misschien ook voor mij op kunnen gaan? Genezing durfde ik al helemaal niet in mijn vocabulaire op te nemen, omdat ik bang was voor de valse hoop die als een zwaard van Damocles boven mij hing. Ik had mijn leven op dit moment toch best wel goed voor elkaar. Eén keer in de twee weken alphahulp via de thuiszorg en een spartamed om mij toch nog te kunnen verplaatsen was voor een beginnende ME-er niet slecht.

Op 23 januari rond 09:00 won uiteindelijk de hoop het van de angst. Ik maakte een afspraak bij meneer Valk op maandag 26 januari om 11:00 en zette wat geld opzij voor de kosten van de behandeling. Mijn man begeleidde mij op deze dag zowel geestelijk als lichamelijk, want als het aan mij had gelegen dan was ik nooit op de juiste plek aangekomen.
Wij werden uiterst vriendelijk onthaald, waarna ik plaats mocht nemen op een comfortabele stoel om vervolgens mijn voeten te ontbloten. Meneer Valk hield mij voor dat vaak in het begin van zijn behandeling spectaculaire verbeteringen optraden, waarna het spektakelniveau zou dalen tot een kabbelend beekje. Een douchekop, tja ik kan het echt niet anders formuleren, werd na een verdere uitleg over de radio - inductie therapie onder mijn ontblote voeten gehouden. Mij werd verteld dat via die “zendspoel” (aha, dacht ik nog, dus zo heet die douchekop) kleine hoeveelheden radiogolven werden toegediend die ik waarschijnlijk niet zou voelen. Nou, en of ik ze heb gevoeld. Van onder in mijn tenen tot ver boven mijn hoofd voelde ik een stroom energie door me heen trekken. Mijn maag borrelde als een gek, pijnen staken op om ook weer meteen te verdwijnen, een lichte druk in het hoofd en een enorme behoefte om te gaan slapen. Hoezo u voelt niets?!
Wat er allemaal na deze eerste ontmoeting gebeurde is haast niet te beschrijven. Mijn lichaam en geest kwamen in een stroomversnelling van een verbeterde doorbloeding en ik bleef mij verbazen(en niet alleen ik maar ook mijn familie en meneer Valk zelf) met welk één rap tempo genezing volgde.
Ik liep na de eerste behandeling de deur uit als een nieuw mens. De zware druk uit mijn lichaam als ook mijn geest was verdwenen en is daarna ook nooit meer terug gekomen. Ik had het gevoel dat ik over de straat zweefde. Wat een verandering na drie jaren van moedeloos voortstrompelen. In de daaropvolgende dagen kreeg ik weer de warmte in mijn lichaam terug, werden de gifstoffen uit mijn lichaam veelvuldig afgevoerd door mijn nieren en werkten mijn darmen weer op topsnelheid.
Na de tweede behandeling had ik weer warme voeten en bleven ze ook warm. Na de derde behandeling bracht ik mijn dochter weer lopend naar school en kon ik na 10 minuten nog navertellen wat mijn man had gezegd. Na de vierde behandeling dronk en genoot ik weer van een glaasje rode wijn. Na de vijfde behandeling at ik weer een stukje chocolade en dronk ik weer een kopje koffie. Ik liep weer met opgeheven hoofd, huppelde met mijn dochter over de straat en lag voor het eerst niet meer rond zeven uur, totaal uitgeput na mijn middagslaapje, in bed.
Een wonder? Nee, radio-inductie therapie.
Na de zesde behandeling merkte ik dat mijn huid begon te stralen, reageerde ik ontspannen op stresssituaties en liep ik met mijn gezin een blokje om. En de gevolgen van totale uitputting na een zondige daad bleven uit. Van binnen heerste er een complete euforie-stemming, maar van buiten bleef ik voorzichtig want misschien was het maar een tijdelijke opleving.
Na de zevende behandelingen daalde het spektakelniveau inderdaad tot een kabbelend beekje. Het gat in mijn dijk was gedicht. In de daaropvolgende acht behandelingen werd mijn fundering, mijn fysieke en mentale weerbaarheid, verstevigd.

Natuurlijk ben ik nog wel eens moe, maar dan ga ik even op de bank liggen om na een half uur weer fit overeind te springen. En natuurlijk blijft er in een donker klein hoekje nog de angst voor een terugval, omdat ik nou eenmaal een mens ben die twintig dingen tegelijkertijd doet. En natuurlijk heb ik niet meer de conditie van voor de ME, maar ook daar ben ik via een verantwoord fitness-programma mee bezig.
Ik besef mij donders goed dat ik geluk heb gehad, omdat het bij mij zo ontzettend snel, soms wel eens naar mijn gevoel té snel, ging. Drie jaar van strijd opgelost in ruim drie maanden radio-inductie therapie.
Absolute waanzin!

Een ontnuchterend slotwoord voor allen die dit lezen is wel op zijn plaats, omdat mijn verhaal in bepaalde opzichten een uitzondering is en ik de mensen met ME een realistische hoop wil meegeven. Er waren patiënten die pas na tien behandelingen wat merkten. Er waren patiënten die na veertig behandeling op hetzelfde lichamelijke evenwicht waren beland dat ik na vijftien behandelingen al had bereikt. Ieder mens is en blijft uniek en zo is ook ieders behandeling, ervaring en tempo uniek.

© D. B.

terug naar testimonials